VJK




Zoeken:

Columns

Fietsen

Geplaatst door Gerdi Timmerman (gerdi) op Mar 02 2015
Columns >>

Fietsen


Twee vierjarigen, een jongen Maurits en een meisje Tess kunnen allebei fietsen met zijwieltjes. Op een dag kondigt Maurits aan dat hij morgen gaat fietsen zonder zijwieltjes, omdat hij dat nu kan. “Nu ja denken” vader en moeder, “morgen zien we wel weer”. De volgende dag herhaalt Maurits dat hij kan fietsen en dat hij dat nu wil doen. Hij zegt tegen vader dat hij de zijwieltjes van zijn fiets moet halen. Aldus geschiedt.
Vervolgens wordt Maurits met hulp van zijn vader op de fiets gezet en daar gaat het. Gaat het? Nee, in het geheel niet. Vader heeft Maurits stevig vast aan zijn jas, maar de fiets zwiebert alle kanten op. Na een kwartier is vader moe van het hardlopen en vasthouden en zegt “morgen gaan we wel weer”. Maurits die nog steeds overtuigd is van zijn vermeende kunsten vindt dat wel een goed idee. De volgende dag lijkt er iets meer stuurbeheersing te zijn, maar nog steeds lijkt het nergens op. Dan op de vierde dag gaat het ineens goed en Maurits fietst trots van vader naar moeder. “Ik kan het hè, ik kan het hè?”
Hij is duidelijk ook erg trots op het feit dat hij nu iets kan wat hij eerder nog niet kon.
Bij Tess gaat het heel anders. Wanneer haar ouders voorzichtig opperen om eens zonder zijwieltjes te gaan fietsen, schudt ze beslist van nee. “Nee hoor, dat kan ik pas als ik zes ben!”
Alle aanmoedigingen richting fietsen worden door Tess, ook nog na verloop van tijd, volledig genegeerd.

Deze twee voorbeelden laten zien dat bij jonge kinderen temperament en karakter een belangrijke rol spelen bij de prestaties die ze laten zien.
Temperament is te omschrijven als de in aanleg gegeven individuele, gedragsstijl. Temperament kleurt ieders manieren van waarnemen, denken en voelen: de een reageert met drift op een tegenslag, de ander trekt zich terneergeslagen terug.  Het temperament kan al bij baby’s worden waargenomen. Het gaat hierbij om de mate van beweeglijkheid, de grondstemming (is het kind overwegend rustig of huilt het vaak), de regelmaat in de lichamelijke functies (honger, poepen en plassen, afwisseling tussen actief zijn en rust), het gemak dat of de moeite die het kind heeft met aanpassing aan nieuwe situaties, de mate van toenadering of afweer als eerste reactie op prikkels, de intensiteit van wat het kind doet, de kracht en duidelijkheid waarmee een prikkel moet worden aangeboden om een reactie op te wekken (reactiedrempel), de mate van afleidbaarheid (hoe geconcentreerd blijft een kind bezig als je probeert om het af te leiden), en de daarmee samenhangende aandachtspanningsboog (concentratievermogen: hoe lang wordt een reactie volgehouden).
Men kan bij baby’s dan ook al spreken van een gemakkelijk of moeilijk temperament. Wanneer er sprake is van regelmatige lichamelijke functies (slapen, waken wisselen elkaar voorspelbaar af) en de baby graag lacht, gaat het om een voor ouders gemakkelijk temperament. Is er sprake van overbeweeglijkheid, huilen en intense reacties, dan gaat het om een temperament waar ouders meer moeite mee zullen hebben. Ook kunnen er kinderen zijn die bedachtzaam of traag reageren, wat bij velen misschien wel eens onzekerheid oproept omdat ze bij baby's nu eenmaal toch een zekere levendigheid verwachten.
Bij kinderen met een als lastig ervaren temperament wordt meer pedagogische inspanning van de ouders gevraagd dan bij kinderen met een gemakkelijk temperament.

Keren we terug naar Maurits en Tess. Beide kinderen hebben een uitgesproken temperament dat door de ouders regelmatig als lastig zal worden ervaren. Maurits kan dwingend optreden en overschat zijn eigen mogelijkheden.  Hij durft veel. Het vereist tact om daarmee om te gaan. De ene keer kan aan de wensen van Maurits tegemoet gekomen worden, maar een andere keer zal hem ook duidelijk gemaakt moeten worden dat hij iets echt nog niet kan. Realiteitszin ontwikkelen heet dat.
Tess kan weigerachtig optreden, ze onderschat haar eigen mogelijkheden. Ze durft veel minder dan Maurits, is veel voorzichtiger en misschien ook wel een beetje bang. Voor haar ouders is het van belang dat ze Tess aanmoedigen, zonder dat ze haar tot prestaties dwingen. Zelfvertrouwen ontwikkelen heet dat.
Ach, wat maakt het ook uit of je met vier jaar al kan fietsen of pas met zes. Het gaat bij kinderen niet om de prestatie maar om het emotionele welbevinden.

Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer
Orthopedagoog/spraakpatholoog

 

Laatst vernieuwd: Mar 02 2015 om 10:18 AM

Terug